CHRONOLOGIE


DE VOORGESCHIEDENIS VAN HUIS DE WIERS
Van 1600 – 1700

1634 Stadhouder Prins Frederik Hendrik erkent Adriaen Ploos van Amstel als edelman. Adriaen Ploos van Amstel koopt korte tijd later – vermoedelijk als statussymbool- landgoed Langesteijn bij Langerak aan in zeer vervallen staat.

1637 Zoon Willem Ploos van Amstel wordt eigenaar van een deel van de Wiersepolder waarop ooit hofstede ‘de Oude Wiers’ stond uit de 13e eeuw.

1642 De Utrechtse Ridderschap erkent het huis Langesteijn als ridderhofstad maar dan is Adriaen in 1639 al overleden.

1647 Zijn zoon Willem Ploos van Amstel krijgt voor 8 jaar een benoeming tot drost, schout en dijkgraaf van Hagestein bij Vianen. Hij mag met zijn gezin gaan wonen op kasteel Hagestein. Hij moet deze taak vervullen naast zijn taak als raadheer en kanunnik te Utrecht.

1653 Bij de nadering van het einde van zijn 8 jarige ambtstermijn maakt Willem Ploos plannen om in de Wiersepolder onder Vreeswijk een nieuwe ridderhofstad te bouwen. Ridderhofstad Langesteijn is te vervallen om te bewonen en het ligt te ver van Utrecht, waar hij ook taken heeft als raadheer en kanunnik. Hij wil de erkenning van Langesteijn tot ridderhofstad overdragen op een nieuw te bouwen 'ridderwoninghe' in Vreeswijk. Daartoe dient hij een verzoek in om naem, qualificatien ende wapen vande voors van Ridderhofstad Langsteyn te transporteren naar Vreeswijck.

1653 Het antwoord op dit verzoek komt op 7 september: “Versoeck van raadsheer Ploos van Amstel om ‘t Langesteyn te mogen herbouwen op ene hoffstede onder de Vaert: Afgeslagen.”


DE BOUW: GEEN RIDDERHOF, WEL BUITENPLAATS

1654 Ondanks de afwijzing verrijst een jaar later Huis de Wiers dicht bij de plek waar de eeuwenoude hofstede ‘de Oude Wiers’ heeft gestaan.

1655 Willem sluit zijn periode als drost, schout en dijkgraaf van Hagestein af en verlaat zijn ambtswoning kasteel Hagestein. Uiteraard wil hij wel graag de beschikking over een gerieflijk en representatief buitenverblijf. Hij neemt zijn nieuw gebouwde buitenplaats in bezit.

1668 Willem overlijdt. Hd W wordt geërfd door zijn kleinkinderen die het al snel verkopen voor Fl. 14.200,-


DE BLOEIPERIODE VAN DE BUITENPLAATS
Van 1700 – 1800

1723 Na enkele wisselingen van eigenaar koopt, bewoont en verzorgt Joan Jacob van Westreenen, heer van Lauwerecht HdW. Hij verfraait de buitenplaats, legt vijvers aan en maakt een lustoord van het landgoed dat nu een oranjerie heeft met uitheemse bomen en planten en een stenen theekoepel.

1797 Na de dood van Van Westreenen wordt het landgoed in percelen verkocht. Het perceel met daarop Hd W wordt inclusief 16 morgen grond gekocht voor 48.900,- door mr. J.G. Wichers. Hij breidt het landgoed sterk uit en na tien jaar bestaat het uit 161 morgen

Van 1800 -1900 Familiegoed van de familie Wichers – Braber - Conrad

1809 Na de dood van J.G. Wichers wordt HdW publiekelijk verkocht ten bate van zijn kinderen. Het perceel met daarop HdW wordt aangekocht
Voor 65.000,- door een vermoedelijke zuster van de vorige eigenaar, vrouwe Wibbina Catharina Wichers, echtgenote van Adrianus Braber.

1834 Op de veiling in Vreeswijk wordt door de kinderen van de eigenaresse het landgoed verkocht voor 72.400 aan Cornelis Jacobus Cornel, de oud-rentmeester van de familie Braber-Wichers. De inboedelverkoop neemt daarna nog eens 3 volle dagen in beslag.

1854 Jacqueline Maria Braber- Wichers erft het landgoed van de oud-rentmeester en bewoont het samen met haar man Willem Conrad , die als waterbouwkundig ingenieur bekend werd door zijn technische adviezen bij de bouw van het Suezkanaal. Een straat in het huidige Vreeswijk is naar hem vernoemd. Na de dood van mevrouw Conrad-Braber wordt HdW wederom door haar kinderen in veiling gebracht. Hiermee begint het verval van HdW.


HET VERVAL VAN BUITENPLAATS TOT FABRIEK

1878 Willem van Oosterom doet op de veiling een bod van 91.500,- in de hoop dat er nog zal worden afgemijnd. Als dit na een week niet is gebeurd zit hij vast aan zijn bod. Hij laat 600 zware eiken langs de Wierselaan kappen en ook nog 3400 andere bomen uit bos en park om zijn financiële problemen het hoofd te bieden. Deze ingreep is fataal voor het aanzien van de buitenplaats. De verkoop van al het hout helpt niet om de financiële problemen op te lossen en na een jaar wordt HdW alweer verkocht

1879 HdW krijgt voor het eerst een industriële bestemming. De Nederlandse Stoombriquettenfabriek koopt huis en stallen voor 16.000. De fabriek heeft voor de aankoop een hypotheek gekregen van 11.000. Al na een jaar gaat de fabriek failliet en volgt opnieuw een publieke verkoop.

1880 Drie kopers kopen HdW aan als beleggingspand. Het staat 19 jaar leeg en raakt in verval.

1899 Scheepswerf NV ‘De Keulsche Vaart koopt HdW en maakt deels gebruik van de vijvers om een haven naast het huis te graven. Daarnaast wordt een scheepshelling gebouwd. De stenen theekoepel wordt gesloopt om plaats te maken voor een haveningang. De grachten die nog niet zijn dichtgeslibd met rommel, worden gedempt
Het buiten HdW is getransformeerd tot een industrieterrein!


DE SLOOP VAN BUITENPLAATS HUIS DE WIERS
Van 1900 tot 2000

1947 In januari wordt het huis gesloopt. Alleen de kelders/van het huis blijven bestaan. Op de hechte keldermuren van het souterrain wordt door NV “De Keulsche Vaart” een moderne fabriekshal gebouwd: Machinefabriek De Wiers.

1998 Machinefabriek De Wiers wordt afgebroken


DE HERRIJZENIS VAN BUITENPLAATS TOT BEDRIJFSRUIMTE MET ALLURE
Vanaf 2000

2004 De Utrechtse architect Jaco D. De Visser koopt het complex.

2005 De opbouw van HdW start volgens het silhouet van het oude buiten. In het souterrain vestigt zich het restaurant Huis de Wiers.

2006 De herrijzenis van HdW is een feit. Na 13 keer te zijn vererfd of verkocht in 300 jaar, betrekt de nieuwe eigenaar boven in het pand zijn woonverblijf en zijn atelierruimte. De 1e verdieping wordt gebruikt als kantoorruimte voor een bedrijf. En in het sousterrain genieten de gasten van restaurant Huis de Wiers van de authentieke sfeer en van hun met zorg bereide maaltijd.